Van station tot station.

Zeven gedichten bij de Beneluxlijn

Centrum


Je zit stil en je beweegt,
besef je dat? Met een schok

sta je stil, je schrikt op

uit je spiegelbeeld en leest

centrum.

Het midden – van wat?

Het centrum ben je zelf,
kijk maar hoe straks
de stad wegdraait – om

een spil.


In gefilterd licht

Ondergronds staren en gefilterd licht
brengen het verborgene der zee teweeg:

men voer, de bark zonk, men dreef

en verdween in zee, werd wrak, gebeente,

koraalmos bewegend in zee,

wier dat teder zweeft en zweept – zodra

ik mij aankijk ben ik weer hier,

hoewel er ook een elders is.


Onderweg


Reiziger, u zit hier nu wel,
maar u zit hier nu al niet
meer, nu bent u al weg

en wat er aan u voorbij

schiet, is de plek – aarde,
donker – die u verlaat.

Maar de verte, daar ga je

in op – het licht in, het leven.



Station


Dit is een station, een plek
van afscheid. Vertrek maar,

want alles wat je zag, ligt

achter de rug. Daar in de verte

is een nieuw station, de plek

van aankomst. Verwelkom

alles wat je ziet, het ligt

daar, in de verte –


Onzekerheden


Reiziger, – wat een woord: reiziger,

want wat bent u als u stilstaat –

u denkt dat u onderweg

bent, maar u staat hier.

U denkt dat u hier staat,

maar ook dat is onjuist,

hier sta ik. Ik ben een gedicht

en voor u sta ik daar.


Reis en gedicht

Wanneer ik op het perron sta,
heb ik weet van richting en doel.

Taal is kreupel en soms stap ik

mis. Rails liggen vast: lijnen
vallen samen op de horizon
en verdwijnen. Het is soms goed

zeker te zijn van je bestemming,

zo ga je op reis, zo kom je aan.

Het is soms goed onzeker te zijn

omtrent doel en richting – zo
ontstaat een gedicht.

Uitloopspoor

Uiteindelijk is er een plek
waar het spoor dood-
loopt. Maar misschien is
dood niet het goede woord.
Het gaat tenslotte om een keer-

punt, zelfs een nieuw begin,

zoals men van een verdwijnende

walvis de staartvin nog ziet,
maar hij beweegt zich voorwaarts;

zodat men zeggen kan: hij heeft

een mooie toekomst achter de rug
en zijn verleden weer voor zich.


De reeks is eerder geschreven en gepubliceerd t.g.v. de presentatie van de stations. ‘Centrum’ is geïnspireerd door en geschreven voor Station Schiedam Centrum, ‘In gefilterd licht’ door en voor Station Parkweg, ‘Onderweg’ door en voor Station Troelstralaan, terwijl ‘Reis en gedicht’ iets zegt n.a.v. overstapstation Tussenwater. De twee walvisstaarten bij het uitloopspoor De Akkers van architect Maarten Struijs komen voor in het laatste gedicht.

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Ververs