Kinderlogica

         Als ik een kinderrecht moet verbeelden
     schilder ik mezelf, want daar heb ik
     recht op, want ik ben een kind.

     Ik kies mijn eigen kleuren en als ik
     over de lijnen kleur, heb ik daar recht
     op, want ik ben een kind.

     Ik wil helemaal niet naar school, maar ik moet
     van alles leren voor later als ik groot ben,
     daar heb ik recht op, want ik ben een kind.

     Ik verf de hemel groen als gras, en het gras
     knal- of hemelsblauw, mensen paars – dan
     komt de juf en wijst naar buiten waar het
     gras groen is, de hemel blauw of grijs,
     mensen minder paars. Daar heb ik recht
     op, want ik ben een kind.

     'Wat wil je worden later?’ Groot, want
     daar heb ik recht op, want ik ben een kind.

     Ik heb er recht op dat mamma van mij houdt,
     ik heb er recht op dat pappa van mij houdt,
     als ik mijzelf eens kwijtraak, vinden zij mij terug,
     want daar heb ik recht op, want ik ben hun kind.

     Als ik ‘over mijn grenzen heen ga’, mogen zij mij
     lekker niet slaan – daar hebben zij geen recht op,
     ook al ben ik een kind. Zij moeten mij mijn grenzen
     leren, daar heb ik recht op, want ik ben een kind.

     Als ik pappa en mamma zie, denk ik soms heel even
     aan het later waarvoor ik dat allemaal moet leren,
     dat later waarin ik hard moet werken voor een dak
     boven het hoofd van mijn kinderen, want daar hebben
     zij recht op, want zij zijn kinderen

     en dan ga ik gauw weer spelen, want daar heb ik recht
     op, want ik ben nog maar een kind.

afbeelding schilderij behorende bij het gedicht kinderlogica

Het gedicht is op verzoek van Vluchtelingenwerk Schiedam geschreven ter gelegenheid van   de tentoonstelling De kleuren van kinderrechten, schilderijen naar aanleiding van kinderrechten
door gevluchte kinderen, in de Stadswinkel in Schiedam (16 november - 14 december 2010).

            

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Ververs