|
Nooit heb ik wat mij werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.
We denken aan vroeger, tellen het gemis, wegen het woord vermist, terwijl de tijd stil- valt in de bomvolle steden;
maar de tijd staat niet stil;
wie zichzelf verliest, laat even het heden los, telt af terwijl het hart slaat, tot een vogel fluit. We moeten dit herhalen, telkenmale, ook al gromt hier de vrede gulzig door de hof van straten en winkels, soms zingt een sirene de geluidloze schreeuw ternauwernood hoorbaar.
Het motto is ontleend aan de tekst van Ida Gerhardt (uit: Het carillon) die op de sokkel van het bevrijdingsbeeld van Jan van Luyn te lezen is
|